Tokyo 18 september

18 september

Klik-klik-klik-klik-klik-klik: Yvonne en Phaedra op excursie. Vroeg op, omdat we om 7.45 uur in een ander hotel moesten zijn om opgepikt te worden met een bus. Best irritant, niemand vertelde ons wat, toen we enorm lang op de andere mensen moesten wachten en de excursie pas na 9 uur begon. Maar goed, tel tot tien, gelukkig was er koffie. Alles kwam dus goed.
Voordat we vertrokken bij de busterminal kreeg iedereen een folder in de handen gedrukt met daarin het aanbod van alle overige excursies. Nooit gedacht dat onze droom-excursie er ook in zou staan: naar het Sumotoernooi! Dit moest onze dag der dagen worden, dus Yvonne stopte de bus en haastte zich met het schuim in haar mondhoeken en de wind in haar lokken naar een van de gidsen om te vragen of er nog twee plaatsen beschikbaar waren voor die middag. Ze zouden het voor ons gaan checken, maar we moesten nu echt de bus in. Met bonzend hart togen we naar de Tokyo Tower.

Deze uitkijktoren die er uit ziet als een rood-wit geschilderde Eiffeltoren bracht ons een uitzicht over Tokyo-bij-daglicht. Ook mooi, al die verschillende niveaus in de stad –kanaal over straat over autoweg over trambaan over trein- blijven gek om te zien. En van bovenaf is ook goed te zien dat tussen de supermoderne kantoorgebouwen overal kleine huisjes en begraafplaatsen zijn. En tempels natuurlijk.

Eenmaal weer met beide benen op de grond, vertelde de gids ons dat het was gelukt kaarten te krijgen voor het sumo-worstelen, dus waren we weer in de zevende hemel. We gaan naar het SUMO-stadion!!

Eerst nog een wandeling gemaakt op ‘The Palace Plaza’, het plein voor de ingang van het paleis. Deze was zelf dicht dus er viel eigenlijk niet zoveel te beleven. Maar goed, alles viel uiteraard in het niet, met ons sumo-avontuur in het verschiet. De excursie leidde ons verder naar een tempelcomplex even boven Ueno. De naam is me even ontschoten, maar het is heel bekend. Voor ons vreemd dat de tempels volhangen met swastika’s, dit was nou eenmaal al eeuwenlang het symbool, voordat de Nazi’s ermee aan de haal gingen. En de hoofdkleuren zijn nog zwart en rood ook.

Yvonne heeft nog in helende wierook gestaan, in de hoop dat haar rugklachten eindelijk tot het verleden gaan behoren. Ook hebben we in de tempel een wens mogen doen, ter waarde van 100 yen.
Het was er erg druk, maar wel indrukwekkend. Nog even souvenir-geshopt aldaar.

De laatste bestemming van de excursie was een parel-makerij. Hier werd uitgelegd hoe parels worden gemaakt, best interessant.

Teruggekeerd naar de busterminal, direct door naar weer een hoogtepunt. Onder leiding van een zeer vrolijke akela, met weer een vlaggetje (ik mocht ‘m zelfs even vasthouden!) gingen we met een groep, bestaande uit een aantal Australiers en Amerikanen, naar het sumo-stadion.

Al gauw bleek in de metro dat wij er verreweg het meest van af wisten. Zo konden wij iedereen de spelregels uitleggen en vertellen voor wie ze het hardst moesten schreeuwen.

Voorafgaand aan de wedstrijden bezochten we eerst het kleine sumo-museum in het stadion, met schitterende foto’s van alle oud-winnaars.

We hadden goede plaatsen in het stadion, de sfeer was relaxed, het publiek zat lekker te kijken en hamburgers, friet, sushi en rijstcrackers naar binnen te werken. De wedstrijden voor junioren waren reeds begonnen, de ‘grote strijders’ betraden van 15 tot 18 uur de ring.

De openingsceremonie, waarbij alle strijders zich presenteren was kleurrijk en indrukwekkend. Hier werd al duidelijk welke worstelaars het populairst zijn.

De ‘grand champion’ presenteerde zich hierna met een soort rituele dans. Waanzinnig! Deze kampioen is de winnaar van vorig jaar, zijn naam is Hakuho, een 22-jarige Mongool van 155 kilo. Onze schattige gids wist ons nog te vertellen dat hij onlangs vader is geworden. Een andere favoriet van het publiek was de 24-jarige Bulgaar Kotooshu, 148 kilo. De Japanners vinden hem het knapst van allemaal (wij ook) en noemen hem liefkozend ‘Beckham’. Wij vonden hem zooo knap, dat we een sleutelhanger van ‘m hebben gekocht. Superhandig ook nog.

De laagst-geplaatsten begonnen en tegen zessen kwamen de ‘giant warriors’ in actie. Wat een genot, wat een sensatie en wat uniek om midden in dit op-en-top Japanse feestje te zitten! Aan al onze stoutste verwachtingen werd meer dan voldaan!

Het restaurant wat we na afloop van de wedstrijden betraden vormde de kersen op de taart. Van buitenaf konden we niet zien wat we binnen zouden aantreffen, maar het bleek geweldig te zijn.

We kwamen terecht in een gigantisch restaurant, afgeladen vol met enkel Japanners. Te midden van de ruimte was een sumo-ring, inclusief dak, nagebouwd. Bij het binnentreden werden we, geheel volgens normaal Japans gebruik, toegeschreeuwd door het voltallige personeel. Wat ze dan precies zeggen is ons een raadsel, feit is wel dat het voor alle klanten dan ook duidelijk is dat er twee buitenlandse meiskes binnen zijn!

Met onze tafel wederom vol sushi, salade en sake, begon er op het podium een optreden van oud-sumo-wedstrijd-zangers, waarbij publieksparticipatie niet geschuwd werd. Wij deden ons best.

Tokyo 17 september

17 september

17 september

Gebroederlijk ontbeten. Iedereen moest steeds vreselijk lachen als wij keurig ‘Arie-gatto-kozijn-mast’ zeiden. Daarna meteen weer met iedereen op de foto, nog net niet met tandenborstel. Wel netjes op de knieen en met een peace-teken, zo gaan alle Japanners op de foto! Uitgebreid afscheid genomen, ze bleven maar buigen en zwaaien.

Toen was de herberg weer leeg en besloten wij om een paar uur eerder weg te gaan we moesten tenslotte nog van hier naar Tokyo! Onze trein zou pas om 12.15 uur gaan, maar we zijn per taxi naar het grotere station van Nakatakuwtsa-nogwat gegaan. Door deze leuke lange taxirit kwamen we uiteindelijk twee uur eerder dan gepland aan op onze laatste bestemming: Tokyo.

Tokyo. Tokyo. Meteen onwijs Tokyo. Alles staat door elkaar, kleine huisjes, wolkenkrabbers, kanalen, tramlijnen, metro’s, snelwegen, tempels, trottoirs, alles duikt voor en achter en onder en door elkaar. En heel veel mensen.
Snel onze spullen gedropt in het ‘Asia Center of Japan Hotel’ en hups, erin dan maar!

Yvonne had alle boekjes en kaarten in de trein bestudeerd dus we raasden meteen de metro in en belandden in Ginza, het zakencentrum van de hoofdstad. De eerste indrukken van Tokyo deden zeker niet onder voor het New Yorkse Times Square. De tegenstellingen, waar Japan bol van staat, worden hier benadrukt: de bebouwing in alle vormen en maten is enorm kleurrijk met schreeuwende reclames en overal is geluid –hoewel het toch stil is-, de mensen zijn over het algemeen gekleed in zwart en wit en hebben allemaal zwart haar. Zo vreemd om dat zo duidelijk te zien!

Het is een oosters land, maar ook westers. Het is kleur, maar zwart-wit. Het is lawaai, maar stil. De laatste technische snufjes versus traditie en geschiedenis. Supermoderne architectuur versus eeuwenoude tempels. Eigenlijk niet ‘versus’, het gaat samen. Dat lijkt in elk geval zo.
Het is niet het een of het ander: het is Japans. Je voelt dat er veel schuilgaat achter de buitenkant, zeer interessant!

Enorme kruispunten, met ellenlange zebrapaden die niet alleen recht een straat overstaken, maar ook schuin. Soms wel acht per kruispunt! Wanneer je wilde oversteken kwamen de drommen poppetjes –zwart haar, zwarte broek, witte blouse- van alle kanten! Blijf dan maar eens niet geintimideerd.

Tevergeefs naarstig op zoek naar een rode sight-seeing-bus –de manier om snel even veel te zien in zo’n grote onbekende stad- liepen we op paden en over wegen. Want, als er dan eindelijk zo’n bus voorbij komt, is het nog een hele kunst om de volgende halte ervan te ontdekken. Dat talent ontbrak ons die dag.

Ondanks dat bereikten we de Roppongi Hills, alwaar het enorme Mori-gebouw staat. Het lijkt het hoogste gebouw van Tokyo, omdat het op een heuvel is gebouwd. De Tokyo Tower reikt 2 meter hoger.
In Japan is het al rond 18.30 uur ’s avonds pikkedonker. We hadden nog niets gegeten maar besloten, omdat we zo kort in Tokyo zouden zijn, de wolkenkrabber in te gaan. Bovenin was het Mori-museum voor hedendaagse kunst met een geweldige tentoonstelling van architect, ontwerper en kunstenaar Le Corbusier. Nog een verdieping hoger konden we genieten van de prachtige Nightview over Tokyo. Ongelooflijk! Zo ver je kon kijken lampjes, lampjes, lampjes. Wat een stad, wat een beweging.
Na te hebben genoten van het prachtige uitzicht werden we getrakteerd op een tot in de puntjes verzorgde expositie van Le Corbusier. Zijn atelier was zelfs op ware grootte nagebouwd, evenals zijn vakantiehuis. En dat alles op de 52e verdieping! Krankzinnig. Roppongi is een architectonisch-walhalla, wat is hier veel te zien en alles tot in de puntjes verzorgd en schoon!

Vervolgens zijn we gaan eten in een restaurant, waar mensen als Janet Jackson, Pele, de jongens van Jamiroquai, en Omar Sharif ook waren geweest. Dat alle Beach Boys er ook hadden gedineerd kon je nog wel zien ook.
In het hotel weer afgestemd op het sumo-toernooi. Als we daar toch naar toe konden… We zijn nu tenslotte in Tokyo…

Tsumago 16 september

16 september

Vannacht nog een beetje stress gehad: Ellen zou worden opgehaald door een shuttle-bus om naar het vliegveld van Osaka te gaan, maar het beloofde bevestiging-belletje was uitgebleven. Oei. En er viel geen contact te maken met de diverse organisaties. We leven hier in Japan zonder mobiele telefoon, er kan alleen gebeld worden met een Japanse telefoon met bijpassend netwerk, dus we weten niet of het is goedgekomen vanmorgen om half zes! We gaan uit van wel, anders zien we haar vast woensdag bij de Burger King op Schiphol!

dsc07809.jpg

Yvonne en ik vertrokken ook behoorlijk vroeg, via Nagoya en Nagiso naar een Japanse bed-en-breakfast in O-tsumago. Aangekomen in dit, weliswaar prachtige, bergdorpje vroegen wij ons af of hier ooit eerder mensen van vlees en bloed waren geweest. Of gedoucht hadden.

dsc07821.jpg

We kwamen aan met onze enorme koffers en moesten eerst behoorlijk lang wachten, voordat we een compleet lege kamer met –oude bekenden!- tatami-matten toegewezen kregen. Enkel deuren van rijstpapier en heel veel stofnesten. Tralala. Precies iets voor ons.

dsc07944.jpg

Behoorlijk aan ons lot overgelaten -niemand sprak met ons- en niet wetend of er een bad, douche of überhaupt iets van stromend water was, werden we door onze gastvrouw, een kromme mevrouw met krullen, naar het dorp Tsumago geduwd.

dsc07825.jpgdsc07826.jpgdsc07828.jpg

Naar buiten gestiefeld, liepen we meteen tegen twee Fransen aan, die zich aan ons vastklampten. Europa blijkt in Japan regelmatig echt een land te zijn.
We hadden de Fransen spoedig van ons afgeslagen, wij zijn namelijk op vakantie en praten liever met handen en voeten dan Engels met Fransen. Of gebrekkig Frans, wie herinnert zich niet dat Yvonne voor haar mondeling ooit een 1 kreeg? Afijn, als twee jonge woudlopers trokken we als de wiedeweerga de wijde wereld in. En dat betekende galopperend een bamboebos in. Yvonne verwikte binnen 20 meter haar voet. Maar niet getreurd, ze had er nog een.

dsc07835.jpgdsc07831.jpg

Uiteindelijk bereikten we na een behoorlijke hoeveelheid spinnen, kleurige bloemen, rijstvelden en boeddhistische begraafplaatsen het redelijk traditioneel gebleven Tsumago. ‘Super primitief, terug in de tijd’ enzovoorts, meldde de folder. Dat betekende rijsthoedjes-vlechtende vrouwen, pen-vijlende mannetjes bij de vleet. Hoogtepunt was een meneer die paardjes van stro vlocht.

dsc07844.jpgdsc07852.jpgdsc07868.jpg

dsc07857.jpg

Geweldig gezellig ook dat we de sympathieke Fransen weer tegenkwamen, die vroegen of ze nog in onze herberg konden overnachten. Deze bleek echter volgeboekt te zijn. Door wie, dat was voor ons toen nog een raadsel.
Het dorpje stroomde langzamerhand vol met regen en heel veel Japanse toeristen met parapluutjes. Terwijl wij onder een afdakje biertjes dronken en rijstballen aten kwamen drommen Japanners lachend langs. Regelmatig werden er foto’s van ons gemaakt. Vooral Yvonne, uiterlijk het tegenovergestelde van een Japanner, trok veel bekijks. We hadden aan deze attractie nog best wat yen kunnen verdienen. Of misschien kwam het doordat Madonna vorige week toevallig in dit berggehucht was geweest? Of had iedereen de krant van vorige week gelezen? We hebben echt nog gecheckt op spinazie tussen de tandjes, maar nee. Lachen was het wel.

dsc07883.jpg

Vier keer hebben we het dorpsstraatje op en neer gelopen, toen viel er echt niets meer te beleven. Er viel nog wel veel regen.
Teruggekeerd naar ons primitief aandoende onderkomen voor de nacht, bleek de rest van de gasten te zijn gearriveerd. Stipt om zes uur begon het op en top Japanse diner: stokken op sokken, keurig zijwaarts met je kont op een kussen. Ook het gezelschap was louter Japans! We hadden vrijwel direct contact met twee meisjes en een jongen naast ons: studentes voedingkunde en een collega van de sake-bar waar een van hun bijverdiende. Ook met een hoogleraar Japanse literatuur aan de universiteit van Kyoto en zijn vriendin, afgestudeerd porselein-schilderes konden we lekker babbelen. Half in het Engels, half in het Duits, de hoogleraar had een jaar in Berlijn gestudeerd. De etenswaar-geleerden in spe vonden het diner ook best spannend en opmerkelijk. Routiniers als wij inmiddels zijn zaten te smullen! De sake kwam als snel ter tafel. ‘Kampai!!’

dsc07920.jpg

Deze avond hebben we eigenlijk voor het eerst echt contact gehad met Japanners. Voor vertrek hadden we van diverse Japan-gangers begrepen dat dat lastig zou zijn, maar in deze situatie, in the middle of nowhere, had niemand een keus! En wat hebben we gelachen zeg! Nou lachen Japanners snel, vaak en veel, maar dit was echt. En na te hebben verteld wat voor werk we allebei doen lag iedereen aan onze voeten. Al gebeurt dat wel snel als je op de grond zit. Vervolgens wilden ze een voor een met ons op de foto. En handtekeningen! Ach, we zijn niet de beroerdste, ook al ben je dan eindelijk eens op vakantie. Het was een ongebruikelijke en onvergetelijke avond, die geheel in stijl werd afgesloten.

dsc07922.jpg

Op onze lege kamer aangekomen bleek er mug op het rijstpapier te zitten zo groot als een voet, maat 40. We haalden onze vrienden erbij, wat resulteerde in een jachttafereel van twee identieke kleine Japanse meisjes, ze heetten zoiets van Heiko en Keiko, en Yvonne en ik die lukraak op de papieren muren sloegen met de Japan Times. Uiteindelijk hebben we het monster gedood met de voorpagina: het hoofd van Abe. Maar deze was toch al niet zo lekker de laatste tijd…

Kyoto 15 september

15 september

dsc07613.jpg

Joepie. Uitgeslapen voor het eerst! Tot tien uur om precies te zijn.

dsc07709.jpgdsc07711.jpgdsc07750.jpg

Met Ellen op zoek gegaan naar het Kyoto Kimono Center, waar we de dag ervoor al langs waren gekomen. Het was dicht helaas. Wandeling gemaakt door onder meer een straat waar een gezellig straatfeest of braderie werd voorbereid.

dsc07690.jpgdsc07695.jpgdsc07691.jpg

15 september is een nationale feestdag in Japan, ook de St.Agnes Catholic Girls School en University naast ons hotel vierde feest. Een oogstfeest of zo, niet iedereen bleek het te vieren. Wij natuurlijk wel.
In het straatje waar we de voorbereidingen tegen kwamen schalde traditionele Japanse muziek door de luidsprekers –wie heeft er dan niet zin om te dansen?!?- en vonden we in kraampjes diverse kinderspeeltjes: zo lagen verschillende Nijntjes, Winnie de Poeh’s, dikke uzi’s, M9’s en houten revolvers gebroederlijk naast elkander.

dsc07685.jpg

We zijn nog een waanzinnig grote tempel in gegaan en hebben een andere grote tempel bezocht, vlakbij het station, waarvan jammergenoeg het grootste deel grondig werd gerestaureerd.

dsc07704.jpg

Bij deze tempel hoorde een echte Japanse tuin. Door deze tuin zijn we gezellig gaan wandelen en inderdaad: karpers, bruggen, maple-leaf, bamboe, altaars en vreselijke angst voor Lucy Liu. Gelukkig geen samoerai-zwaard ontmoet. Maar wel prachtig mooi.

dsc07724.jpgdsc07737.jpg

dsc07716.jpg

Ellen toog vervolgens vol goede moed naar het Museum of Modern Art. Yvonne wilde perse hele oude kamerschermen zien in het Kyoto National Museum. En die hebben we dus gezien. En dat Boeddha heeeel groot kan zijn, daar kunnen we nu ook over getuigen. Er waren voorwerpen te zien van 30.000 jaar oud, zo ongelooflijk dat we bijna dachten in yen te moeten gaan tellen: 3 nullen eraf. Bijzonder dus, al met al!

dsc07762.jpg

Gedurende een enorme hoosbui per taxi naar het Handicraft Center gereden, waar we de dag ervoor zo snel afscheid van hadden genomen. Daar kon je in elk geval yukatan’s en kimono’s kopen!

dsc07766.jpgdsc07769.jpgdsc07773.jpg

dsc07778.jpg

We moesten in een noodvaart naar Gion Corner, om op tijd kaartjes voor de ‘geisha’-voorstelling van die avond te kopen. Het bleek een opvoering te zijn van een uur, van diverse Japanse gebruiken en kunstvormen zoals een thee-ceremonie, bloemschikken, koto-spelen, traditioneel theater, poppenspel, traditionele dans met enorm traditionele muziek waar geen touw aan vast te knopen was, en als klap op de vuurpijl een echte dansende geisha. Wij vonden het erg de moeite waard!

dsc07788.jpg

Het was bonte avond voor ons Japan-kwartet: Ellen’s laatste dag, Yvonne en ik gaan verder en Mark komen we waarschijnlijk tegen op het vliegveld in Tokyo. We hadden om dit te vieren gereserveerd in ons lievelingsrestaurant van Nagasaki, wat een keten bleek te zijn! Onthoudt: Za-Watami.

dsc07801.jpgdsc07796.jpg

Weer geweldig geconsumeerd. En meer dan dat: genoten!

dsc07806.jpg

Kyoto 14 september

14 september

Een historische dag: Yvonne en Phaedra op excursie. Jawel: alle ballen verzamelen, bus in, veel te energieke mevrouw met parapluutje, sticker op je blouse.

dsc07652.jpg

Maar wel handig, toch even de meest belangrijke dingen van Kyoto gezien. Nijo-tempel, keizerlijk paleis en het Gouden Paviljoen. Met echte Japanse tuinen. Voor wie Kill Bill heeft gezien: we waren steeds bang Lucy Liu tegen te komen.

dsc07646.jpg

dsc07589.jpg

 

dsc07610.jpg

dsc07616.jpg

De excursie eindigde met een letterlijke afzetting bij het ‘Kyoto Handicraft Center’, alles was daar te koop, waar wij dus snel weer weg gingen. Belangrijkere reden was dat we al zeven uur op waren in de brandende zon zonder koffie te hebben gedronken.

dsc07653.jpgdsc07654.jpg

Het eerste de beste koffietokootje in gegaan, alwaar een schattige dame voor ons live koffie ging zetten en een nogal drukke grappige man ons in gebrekkig Engels probeerde te vermaken. Een uniek duo: Peppi en Koffie dus.
Samen de stad in gegaan, sfeer geproefd en van alles bekeken. Bijna in elke straat een tempel.

dsc07662.jpgdsc07663.jpg

Eenmaal weer op weg naar het hotel begon het gigantisch te plenzen. Ongelooflijk, wat een bui. Op een gegeven moment reeds kletsnat een taxi ingevlucht. In het hotel konden we wel weer even “live” naar onze Sumo helden kijken!

dsc07671.jpg

Later die middag zijn Ybon-san en ik naar het Kyoto International Manga Museum geweest. Leek ons leuk, maar alles was in het Japans. Manga: tekeningen, strips, komisch, sport, porno. In elke supermarkt vind je schappen vol. Het manga-museum bleek een soort uitgebreide strip-bieb te zijn, waar op iedere hoek zes Jappen stilletjes zaten te lezen. En in twee zaaltjes de manga-geschiedenis een beetje werd verteld; na de Tweede Wereldoorlog wilden de mensen een beetje opgevrolijkt worden. Goh, verrassend, heel veel geleerd. Weinig schokkend.

dsc07681.jpg

Des avonds zijn we in het Pontocho-steegje –ja, wat wij toch wel interessant vinden- gegeten op een terras aan het water. Sokken met stokken. Prima gezeten, slecht gegeten. De Damstraat van Kyoto.
Daarna nog een afzakkertje genoten in de Papermoon: “good music, good smile, no charge”, weer 2 bij 5 meter.
Ons werd verteld dat de ‘Crazy Ken Band’ de Marco Borsato van Japan is. Ja, dat werd ons verteld. We gaan in Tokio een cd proberen te scoren.

Kyoto 13 september

13 september

Vroeg opgestaan om op tijd afscheid te nemen van paradijselijk heilig eiland Miyajima en nog erger, van Liujie. Tijdens ons ontbijt verwittigde we haar van dit droeve nieuws. Ze knielde neer bij onze tafel en begon bijna te huilen. Stuitend om te zien was dat de Japanse mannen die een tafel verderop zaten spottend naar dit tafereel keken. Praten met een serveerster doet enkel het uitschot zelf. Ongelooflijk.

dsc07203.jpg

Toen we opstonden liep Liujie voor ons uit en maakte ons duidelijk dat we even moesten wachten bij de balie. Daarachter vandaan toverde zij 3 soort ‘gelukskwastjes/lampionnetjes’. Ik weet niet hoe ik het zou moeten omschrijven, maar we waren natuurlijk erg verrast. En het was ook nog precies iets wat we nodig hadden! Er zat een kaartje bij met ‘To my friends’ erop. Een bijzonder moment wel. Stel je voor, zo’n eenzaam Chinees meisje op een Japans eiland, uitgefoeterd door ‘hogere’ collega’s, schrijvend met een klein lampje onder de dekens, zodat haar chagrijnige kamergenoot niet wakker wordt. En ook nog lastig met een woordenboek Engels erbij. Op het kaartje -Nijntje op de voorkant!- had ze een prachtig lieve tekst geschreven in prima poetisch Engels. Echt waar, Ybon-san had het zo niet kunnen schrijven. Weggaan uit Miyajima was hartverscheurend, maar we deden het toch. A man’s got to do what a man’s got to do.

dsc07313.jpg

Op de veerboot na het wegslaan van een vereniging tamme herten

dsc07292.jpg

Mark gevonden en aan de overkant van het water meteen weer verloren. Ellen, Yvonne en ik renden met alle bagage naar een trein, maar Mark werd rigoreus tegengehouden. Bleek na bijna een half uur dat wij in de verkeerde trein zaten! Gelukkig schieten Japanners vaak uit zichzelf te hulp, uiteindelijk liep er zelfs een meisje met ons mee naar een ander station waar we in de juiste trein konden stappen. Vervolgens weer in de supertrein door oa. Kobe en Osaka –wat een mega-stad!- bestemming Kyoto bereikt. Ingecheckt in een prima hotel.

dsc07556.jpg

Gedrieën zijn we zo spoedig mogelijk weer de warmte ingegaan om een eindje te wandelen. De eerste tempels gezien, brocante-snuffel-toko’s en moderne-kunst-galeries. Leuke buurt!

dsc07558.jpg
Vervolgens terecht gekomen in een gigantische overdekte ‘shopping-arcade’. Zo groot, geen winkelcentrum meer te noemen, eerder een ‘winkelwijk’. Of gewoon de hel.
Met wel erg veel kleuren trouwens. En klanten. En Japanners.

dsc07565.jpg

’s Avonds zijn we met ons Japan-kwartet gaan eten in de wijk Gion, de levendige uitgaanswijk van Kyoto. In het straatje Pontocho, een lang maar smal laantje met allerlei spannende hoekjes en gaatjes, kwamen we onze eerste echte geisha tegen. Een prachtig geklede gezelschapsdame met een wit geschminkt gezicht. Wel bijzonder dat dat nog bestaat!

dsc07576.jpg

Terug in het hotel nog lekker sumo-worstelen gekeken op tv. Wat een geweldige sport is dat! Spannend! En we hebben al onze favoriete sumo, we dreigen verslaafd te worden. Of zelf een sumo. Best knap met al die rauwe vis en rijst. Een vak apart dus!

dsc07583.jpg

Miyajima 12 september deel 2

Alles ging goed. We kwamen aan, boven op de berg Mt. Minsen, waar leven bleek te zijn.

dsc07241.jpgdsc07242.jpg

Een kudde bavianen zat elkaar en ons voordurend te bestuderen. Na ze allemaal gefotografeerd te hebben startte onze wandeling langs de 7 wonderen van deze berg. Tempels voor geluk, succes, gezondheid, een vlam die al 1200 jaar brandt, een steen die door eb en vloed beinvloed wordt etc. Een pittig tippeltje in de brandende zon, prima voor mensen die ballonkuiten adoreren.

dsc07258.jpgdsc07256.jpg

Bovenop de berg stond een uitkijktoren met drie verdiepingen. Daar helemaal boven was een schitterend uitzicht te bewonderen over verschillende eilanden en steden, waaronder Hiroshima. Supermooi. Het mannetje die daar chocolade-macademia-noten verkocht ook trouwens.

dsc07267.jpg

Ons inziens het achtste wonder van de berg. Het poppetje gezien, het kastje dicht: nu weer naar beneden… Dus tippeldetippel. Kabelbaantje omlaag, stukkie lopen en nog een kabelbaan omlaag. Prachtig poetische maple-leaf-bossen trouwens.

dsc07279.jpg

Op weg naar wederom een zonsondergang nog even langs een enorme tempel en een pagode met vijf verdiepingen gegaan. Gelukkig waren die dicht.

dsc07294.jpg

Mark –of liever Mallek- waren we misgelopen de hele dag, toen we eenmaal op ons eigen plekje met een klasje herten bij de zee waren neergestreken, kwam hij aanlopen. Net op tijd kon hij aanschuiven: fasten you seatbells, de sunset kwam eraan. Erg mooi weer.

dsc07389.jpg

dsc07310.jpg

Toen het eenmaal donker was hebben we ons een weg gebaand door een club hongerige herten op het strand en gingen we rap in ons hotel aan tafel. Wederom een spannend diner! En onze serveerster Liujie was er natuurlijk.

dsc07531.jpg

Ellen had nog een molentje en een klompje in haar tas, oorspronkelijk bedoeld als relatiegeschenk in Nagasaki, maar meer op hun plaats in Liujie’s eenzame kamertje dachten we! Toen we dit haar aanboden begon de arme schat zowaar te grienen! Hand voor haar gezicht, spoedde ze zich de keuken in, zo ontroerd was ze. En eerlijk gezegd, wij hadden ook een brokje in onze keel. En dit keer niet van de rauwe vis, maar van dit roerende tafereel.

Mark kwam ook nog naar ons hotel, na het diner gingen we sake drinken aan zee. Mallek was namelijk gevraagd om mee te doen aan een sake-enquete. Wij waren niet de beroerdste om hem daarmee te helpen.

dsc07524.jpg

Ellen en Mark vonden het genoeg geweest voor de dag, Ybon-san en ik trokken onze yukatans en stoute slippers aan en slopen stiekem de karaokebar van het hotel binnen. Toen we net besteld hadden vertrokken alle Japanners en wat restte waren twee Hollandse meisjes in een katoenen duster, twee biertjes, een draaiende discobal en twee microfoons. U raadt het al, er viel niet meer aan te ontkomen.

dsc07539.jpg

De grootste Japanner ooit gezien kwam met een gigantische catalogus aanzetten. Hij had nooit van George Michael gehoord, dus dat werd lastig. Desondanks lukte het Yvonne een zeer eigenzinnige versie van ‘Somebody To Love’ ten gehore te brengen. En mijn langgekoesterde wens ging in vervulling: we haalden de barman over om de enige Japanse wereldhit ooit voor ons te zingen, ‘Sukiyaki’ van Sakamoto. Wat een genot. Gaaf.

dsc07544.jpg

Als tegenprestatie duetteerden Yvonne en ik in ‘Don’t Let The Sun Go Down On Me’. Ik denk dat de barman nog nooit zoiets had gehoord.
Hoogste tijd om te gaan slapen.